De afgelopen weken heb ik het boek ‘Grown Up Digital’ van Don Tapscott gelezen. Het boek gaat over wat hij noemt de ‘Net Gen’ generatie (mensen geboren tussen ‘77 en ‘97 ). In zijn boek richt Don Tapscott zich met name op hoe de Net Genners verschillen met eerdere generaties op het gebied van leren, werken, sociale contacten en hoe zij tegen de wereld aankijken.
Het boek is opgedeeld in drie delen met in totaal elf hoofdstukken. Het eerste deel beschrijft de net generatie in verhouding tot eerdere generaties. Een belangrijk onderdeel zijn hierbij de acht Net Gen normen, welke zijn: vrijheid, aanpasbaarheid, eerlijkheid, integriteit, samenwerken, entertainment, snelheid en innovatie.
Het tweede deel richt zich op de verandering in instituten, denk dan aan Net Genners in het onderwijs, de arbeidsmarkt, als klanten en in de familie. Het belangrijkste punt is hierbij dat organisaties moeten veranderen in lijn met de acht Net Gen normen. Doen ze dat niet dan zullen ze de boot missen of zullen Net Genners een andere manier vinden om toch het doel te bereiken.
Het derde en laatste deel gaat over de veranderingen in de samenleving. Ten tijde van het schrijven van het boek ziet Don Tapscott het gebruik van nieuwe media en Net Genners bij de president verkiezingen van Amerika in 2008. Dit is natuurlijk een heel bekend voorbeeld van de kracht van het beschikbaar stellen van de juiste tools. Verder geeft hij een aantal voorbeelden van jonge mensen die door middel van internet de wereld problematiek proberen aan te pakken. Dit laatste deel is, vind ik, wel erg positief beschreven. Het lijk nu dat de Net Gen generatie alle wereld problemen zal gaan oplossen in de komende jaren. Dit lijkt mij onwaarschijnlijk maar geheel terecht geeft hij aan dat de middelen en mogelijkheden nu beter zijn dan ooit te voren om deze problemen aan te pakken.
Conclusie
Het is een leuk boek en leest lekker weg. Zelf als Net Genner zie ik veel van mijzelf terug in het boek. Aan het einde van elk hoofdstuk staan steeds de hoofdpunten waardoor het ook gemakkelijk terug leest. Tevens is het boek erg veel onderbouwd door verschillende soorten onderzoek waardoor het een stuk meerwaarde krijgt. Het is daarom niet alleen de mening van Don Tapscott het is een gefundeerde mening waar je niet omheen kunt.
Ik wil dit boek dan ook aan iedereen aanraden die te maken heeft met de Net Gen generatie!
Did you know ? Human Capital Edition – 2009. How technology influences and is influenced by Human Capital Management. Amazing research on the development and evolution from the industrial age to the information age and globalization. Make an enquiry at http://www.PeopleStreme.com for a Facts Sheet..
Response to the original shift happens production (Did you know ?). This movie was intended to answer some of the questions left by the original. Movie developed and researched by Lyle Potgieter, Mark Middleton, Fabrice Ho Fi and Renee Thorn.
Maandag 28 september j.l. heb ik mijn presentatie en verdediging van mijn afstudeeronderzoek gehad aan de technische universiteit Delft. Dit allemaal is succesvol afgerond en beloond met het eindcijfer 7. Daarmee komt mijn Management of Technology master tot het einde en verkrijg ik het recht om mijzelf Ingeneur (Ir.) te mogen noemen.
De afgelopen tijd heb ik op mijn eigen blog en FrankWatching delen van mijn onderzoek gepubliceerd. Hierop heb ik veel leuke reacties gehad (bedankt hiervoor!). Het lijkt dan mij ook vanzelfsprekend om de gegeven eindpresentatie en het volledige document te delen.
Reacties met op en aanmerkingen zijn nog altijd welkom!
Dit laatste deel van deze serie over het gebruik van Web 2.0 in de reis, retail en zorg sectoren gaat over de bevindingen in en aanbevelingen uit mijn onderzoek. Van elke sector heb ik tien bedrijven geanalyseerd om vast te stellen wat Web 2.0 toevoegt aan multi-channel management (MCM). Deze laatste dimensie is aan het onderzoek gekoppeld om Web 2.0 ten opzichte van een andere variabele te kunnen meten.
In de MCM literatuur wordt als het gaat om het verkoopproces vaak gesproken over de pre-sales, sales en after sales fases. Deze fases zijn door Simons (2006) verder uitgewerkt naar zestien specifieke stappen (zie de drie afbeeldingen hierna).
De pre-sales fase
In de pre-sales fase wordt Web 2.0 vooral gebruikt als een extra kanaal om klanten met het product te laten kennis maken of informatie te verstrekken. De tools die hier vaak voor worden gebruikt zijn: Twitter, bloggen en verschillende soorten sociale platformen. Een uitzondering is de decision support stap, in deze stap maakt de koper zijn afweging welk product bij welke leverancier te kopen.
Web 2.0 is in staat om dit proces te faciliteiten door middel van reviews & rating van producten, diensten en winkels.
De sales fase
In de daadwerkelijke sales fase wordt geen Web 2.0 gebruikt. Dit is een vast omlijnd proces wat gebruikt maakt van traditionele kanalen.
De after sales fase
In de after sales fase zijn de traditionele kanalen sterk vertegenwoordigd in de vorm van ‘my pages’. Dit zijn persoonlijke portalen die de gebruiker in staat stelt om zijn contact gegevens te beheren, recente orders te bekijken en nog meer zaken, veelal afhankelijk van het soort bedrijf.
Bevindingen
Een aantal punten vallen op bij het analyseren van de websites en de resultaten:
Web 2.0 wordt vooral gebruikt als een additioneel kanaal naast de traditionele kanalen om met de klant te communiceren.
Er zijn veel gedeelde kanalen, waarbij het onderscheid tussen traditionele en Web 2.0 kanalen steeds verder vervaagt. Voorbeelden zijn hiervan zijn het via schermen tonen van online product reviews in fysieke winkels en het naadloos integreren van reviews & ratings in een productpagina.
Bedrijven moeten leren omgaan met de dynamiek van Web 2.0. Traditioneel gezien veranderen kanalen zelf slechts zeer beperkt, en de content maar een aantal keer per jaar. Door Web 2.0 worden de kanalen zelf sneller aangepast en de content is vaak zo goed als real time (met beschikbaarheid bijvoorbeeld). Tevens heeft bij traditionele kanalen het bedrijf de controle over de kanalen en de content. Bij Web 2.0 wordt deze controle overgegeven aan de klant. Wanneer een bedrijf een bepaald kanaal niet gebruikt zie je ook vaak dat klanten het bedrijf dwingen om het te gebruiken. Op Twitter wordt er gesproken over producten van bedrijf X om deel te nemen aan deze conversatie is bedrijf X gedwongen om te registeren bij Twitter en dit kanaal te gaan gebruiken.
In mijn onderzoek ben ik uitgegaan van de wel bekende pre-sales, sales, after sales fases. Het lijkt er echter op dat dit geen lineair proces is, maar meer een cirkel waar pre-sales en after sales zijn verbonden. Een aantal kanalen kan gezien worden als after-sales omdat gebruikers elkaar helpen het product beter te gebruiken terwijl dit ook gezien kan worden als pre-sales en gebruikers kan motiveren om het product te kopen.
Conclusies
Om het onderzoek en deze serie van drie artikelen af te ronden kan ik zeggen dat Web 2.0 in staat is om iets toe te voegen aan multi-channel management. Dit is vooral in de vorm van extra kanalen die de klant in staat stellen om een conversatie te starten met het bedrijf en andere klanten.Tools die veel worden gebruikt zijn publishing, social networking en Twitter . Tevens heeft dit onderzoek wat licht laten schijnen op het vaak onduidelijke Web 2.0 door de drie aspecten te ontwikkelen (sociaal, technisch en business).
Het was voor mij een zeer interessant onderwerp en ik hoop via deze blogpost bij de lezers een stukje kennis over te brengen. Het onderzoek zelf was erg leuk en leerzaam om te doen. Via deze weg wil ik iedereen die geholpen heeft heel erg bedanken! Het volledige rapport zal binnen elke dagen beschikbaar komen op www.sjoerdblauw.nl.
Dit is een onderdeel van mijn onderzoek naar het gebruik van Web 2.0 in de reis, retail en gezondsheids- sector gefaciliteerd door Accenture. Oorspronkelijk in het Engels geschreven en voor Frankwatching samengevat en vertaald (zie ook Web 2.0: een wetenschappelijk perspectiefen Web 2.0: Toepassingen vergelijken). Heb je interesse in het volledige stuk of in mijn onderzoek, laat dan even een reactie achter!
Voor mijn afstudeeronderzoek heb ik eerder een beschrijving gemaakt van Web 2.0. Hierin kwamen drie aspecten naar voren, te weten, een sociaal aspect, een technisch aspect en een bedrijfsaspect. Te samen vormen deze aspecten een Web 2.0 applicatie.
Nu kwam ik gisteren de three spheres of web strategy’ van Jeremiah Owyang (analist bij Forrester) tegen. Jeremiah noemt de aspecten iets anders maar de onderliggen de gedachtes blijven het zelfde.
Er is een duidelijk verschil in de totstandkoming van beide modellen. Bij wetenschappelijk onderzoek kunnen niet zomaar modellen van Forrester worden gebruikt. Deze modellen zijn gebaseerd op ervaring, zo ook dit model van Jeremiah. In mijn onderzoek ben tot de aspecten gekomen door middel van een uitgebreid literatuur onderzoek. Op deze manier is er stof tot discussie, andere onderzoekers zijn het misschien niet eens met mijn conclusies maar kunnen dan aangeven waar ik fouten zou maken. Met het model van Jeremiah mist de onderbouwing en is een inhoudelijke discussie moeilijk.
Het is niet mijn doel om het model van Jeremiah af te kraken, in tegendeel, zijn model gebaseerd op ervaring is het zelfde als mijn model gebaseerd op onderzoek. Ik vind het leuk dat hij met het zelfde soort model komt als bekende analist bij Forrester. Voor hem is het interessant dat iemand door middel van wetenschap tot het zelfde resultaat komt en dat zijn bevindingen dus correct zijn.
Deze artikelen zijn gebaseerd op het WI3 Enterprise 2.0 groeimodel van De Koning, Van Doremaele, Van der Sleen. De artikelen geven een kort maar duidelijke uitleg van de concepten rond Enterprise 2.0. Wat mij veel meer interesseerde is het Enterprise Social Media Maturity Model wat hij vanuit de eerder genoemde artikelen heeft opgesteld.
Het ESM3 model bestaat uit drie fases welke een organisatie doorlopen en richt zich dan op 4 perspectieven binnen de organisatie. Het model zelf, de fases, perspectieven en de invulling voelt heel natuurlijk. Wanneer je er over nadenkt voel je dat ‘het klopt’. Dit is ook gelijk mijn grootste wantrouwen, de onderbouwing voor waarom welke elementen zijn gekozen ontbreekt. Enkele punten die mij nu naar binnen schieten:
Hoe is de transformatie gegaan van de originele 5 fases uit het WI3 groeimodel naar 3 in dit model.
Hoe is de uitsplitsing van perspectief (social, business, organization en technology) naar categorieën tot stand gekomen en is deze volledig?
Hoe zijn de categorieën te meten binnen een organisatie? Hoe wordt visie en strategie bijvoorbeeld gemeten? En dus hoe wordt dit model toegepast?
En het meest belangrijke: wat zijn de stappen die een organisatie moet doen om te ontwikkelen naar de volgende fase? Het is leuk om te weten in welke fase de organisatie zich bevind, het is nuttig om te weten hoe nu verder te gaan richting de volgende fase.
Conclusie
Door het lijstje van punten die vragen oproepen lijkt dat het geen nuttig model is. In tegendeel, ik denk dat het Enterprise 2.0 maturity model praktisch inzetbaar is en door zijn eenvoud ook gemakkelijk in te zetten is in verschillende soorten organisaties. Het is nu zaak om het model verder uit te werken en organisaties te helpen om de transitie te maken tussen de verschillende fases. Het is nu nog een model wat de huidige staat van de organisatie weergeeft, het moet worden uitgewerkt naar een compleet framework om de organisatie op te sturen en te veranderen.
Onderzoek wijst uit dat netwerken een succesfactor is voor eigen bedrijf, en elke kenniswerker van tegenwoordig zal bevestigingen dat netwerken inderdaad belangrijk is. De manier van netwerken is aan het veranderen en jij, gebruikmakend van deze netwerken, moet mee veranderen. Hier komt het van pushen naar broadcasten van informatie om de hoek kijken.
Nut van netwerken
Het doel van netwerken is het delen van kennis, informatie en contacten. Secundaire doelen zijn daarbij het bouwen en onderhouden van relaties, nieuwe opdrachten binnenhalen, op de hoogte te blijven via kennissen, collega’s en vakmensen, kennis delen en kansen zien en pakken.
Kortom, op de hoogte blijven van wat er om je heen gebeurt is dus noodzakelijk. Vaak wordt er verschil gemaakt tussen warme en koude netwerken. Warme contacten zijn familie en vrienden, met koude contacten wordt gerefereerd aan zakelijke contacten. Ondanks dat warme netwerken ook belangrijk zijn richt dit artikel zich op koude netwerken.
Data-Informatie-Kennis-Management Cirkel (bron: Kennismanagement)
Rondom het netwerken wordt vaak gesproken over informatie of kennis delen. Dit heeft een sterke relatie met kennismanagement, waar de scheiding gemaakt wordt tussen data (losse gegevens, bijvoorbeeld 12, 16, 27), informatie (interpreteerbare symbolen, bijvoorbeeld 12 C°, 16 C°, 27 C°) en kennis (informatie omgezet naar actie, bijvoorbeeld 27 C°: trek een korte broek aan).
Traditioneel netwerken
De traditionele manier van netwerken is fysiek en face-to-face. Hierdoor is het vaak moeilijk om contact te houden met iedereen in je netwerk. Je ziet tenslotte niet iedereen elke dag. Voor veel mensen is het gesprekje bij het koffieapparaat of de vrijdagmiddagborrel een belangrijk onderdeel van netwerken. Dit kan een effectieve manier van netwerken zijn, het is tegelijk ook ongestructureerd. Het is namelijk onduidelijk wie je tegenkomt en dus kan spreken.
Het is daarom onvoldoende om alleen op deze manier van netwerken te vertrouwen. Een meer gestructureerde manier is actief bellen, mailen of aanspreken van mensen om op de hoogte te blijven. Deze manier heeft echter een zeer beperkte reikwijdte omdat het veel tijd kost. Het wordt bijna onmogelijk om, naast de dagelijkse werkzaamheden, een netwerk van meer dan vijftig mensen wekelijks aan te spreken om op de hoogte te blijven. Daarnaast is het een erg actieve manier van informatie pushen. Je breekt tenslotte in hun werktijd in om te vertellen waar je mee bezig bent en om te vragen waar de ander aan het werken is.
Dit resulteert erin dat netwerken krimpen. Mensen blijven alleen in contact met een selecte groep en veel contacten gaan verloren door tijdgebrek.
Naar het broadcasten van informatie
Een andere insteek van het netwerken is, in plaats van pushen, het broadcasten van informatie. Je kunt het vergelijken met een radiozender: de dj draait muziek en vertelt tussendoor wat wetenswaardigheden. Met een radio kun je afstemmen op de zender en luisteren wanneer je dat wilt. Je kunt actief luisteren om te horen wat er wordt gezegd of je kunt passief luisteren, en de radio gebruiken als achtergrondgeluid. Zodra er iets interessants voorbijkomt kun je terugschakelen naar actief luisteren.
Door de broadcasttechniek kan één persoon (de dj) duizenden mensen tegelijk bereiken (de luisteraars). Wanneer je dit vergelijkt met de traditionele manier van netwerken waar het contact één-op-één is kun je je voorstellen dat informatie zich veel sneller verspreidt via de broadcastmethode.
Het broadcasten van informatie is dankzij de internetontwikkelingen heel goed mogelijk. Denk dan aan tools zoals Twitter, Facebook, Ning, Flickr, Picasa, Yammer en alle andere tools die beschikbaar zijn. Hiermee zetten mensen ook steeds meer hun privéleven op internet door bijvoorbeeld hun vakantiefoto’s op Flickr te zetten en die de wereld in te broadcasten. Als ik geïnteresseerd ben in het onderwerp, en dit kan de bestemming zijn of de mensen die op de foto’s staan, ga ik actief de foto’s bekijken. Op deze manier breng je jezelf als “luisteraar” weer op de hoogte van wat de andere persoon heeft gedaan.
Door het broadcasten van informatie kun je behalve beter op de hoogte blijven ook meer achtergrondinformatie opvangen. Doordat je meer van iemand weet, wordt de relatie sterker en kan deze tot meer resultaat leiden. Je zal sneller iemand helpen die je persoonlijk kent dan een wildvreemde op straat. Netwerken door het broadcasten van informatie kost minder tijd, waardoor je netwerk en bereik weer kan groeien en er dus weer meer waarde uitgehaald kan worden.
Conclusie
Het doel van dit artikel is niet het afschaffen van offline netwerken bij de koffiemachine of op de borrel. Dat is en blijft namelijk een belangrijk onderdeel van netwerken. Het gaat erom dat met de mogelijkheden die het internet vandaag de dag biedt netwerken gemakkelijker kan, waardoor je netwerk weer kan groeien. Stel eens een proefperiode in van één maand en kijk welke (nieuwe) informatie je tot je kan nemen.
The Social Media Bible van Lon Safko en David Brake
Recent zag ik het boek ‘the social media bible – tactics, tools & strategies for business success‘ van Lon Safko en David Brake. Met name het onderschrift creerde bij mij een trigger om het boek te kopen en te lezen. In dit artikel wil ik de drie delen uit het boek kort doorlopen en het ACCESS model bespreken.
Deel 1 – Background Basics and Tactics
Het eerste deel richt zich op de basis en achtergrond van social media, hier wordt in meer dan 400 bladzijdes de verschillende concepten van social media uitgelegd. Dit deel is echt voor een beginner op social media gebied, het behandeld onderwerpen als e-mail, blogging, wiki’s, microblogging enz. Voor een beginner interessante en leerzame stof, voor iemand die al bezig is met social media is het een erg lange inleiding.
Deel 2 – Tools
Deel twee focust op tools, het boek deelt de tools in 15 categorieën en van elke categorie worden de bekendste tools besproken. Voor een absolute beginner kan dit deel helpen met de keuze maken welke tools te gaan gebruiken. Persoonlijk ben ik van mening dat het beschrijven van tools (in een boek) niet handig is, zodra het boek bij de consument ligt is het al verouderd. Het gaat tenslotte om de concepten en niet om de tools zelf.
Deel 3 – Strategy
Het laatste deel gaat over strategie en hoe deze als bedrijf te vormen. Het boek beschrijft hoe social media een platform is en ondersteund moet worden door vier pijlers:
Communicatie; Wat wordt er gecommuniceerd, hoe en op welke manier worden de resultaten gemeten?
Samenwerken; Kunnen er tools worden ingezet om beter samen te werken? Met klanten als mede intern.
Onderwijs; Social media kan gebruikt worden om de klanten te leren hoe de producten te gebruiken.
Entertainment; Er moet een bepaalde ‘fun factor’ inzitten.
In een social media strategie moet en mix zijn van de vier pijlers maar het boek onderschrijft wel dat goede content het allerbelangrijkste is.
Als laatste wil ik het ACCESS model doorlopen, dit is een model de content te controleren het het opzetten van een community. ACCESS staat voor Audiance, Concept, Compitition, Execution, Social media en Sales viability.
Audiance
Weten wie de klanten zijn van het gestelde product of dienst is cruciaal, als het nu gaat om marketing, sales of social media. Probeer via vragenlijsten, interviews en persona’s een aantal belangrijke kenmerken van de doelgroep te achterhalen.
Concept
Wat is het concept wat je wil gaan gebruiken rond je product of dienst? Gaat het erom dat klanten milieu bewust kunnen consumeren of juist gezond leven. Beschrijf dit concept en probeer het te verifiëren bij klanten.
Competition
Onderzoek wat de concurrentie gebruikt op het vlak van social media. Kijk niet alleen welke tools er worden gebruikt maar ook met welk doel en hoe klanten ermee omgaan. Vergeet ook niet te kijken naar buiten de eigen sector, ook van (internationale) succes verhalen kan veel geleerd worden.
Execution
In de executie fase is het een kwestie van gewoon doen maar in deze stap gaat het erom dat er een planning is voor de start. Wanneer wordt welke content erop gezet? Vraag veel feedback van klanten! Content of concepten die goed worden opgepakt door klanten werk je verder uit en andere krijgen minder prioriteit.
Social media
Welke tools worden gebruikt? Hoe krijgen we de klanten zover dat ze bijdragen?
Sales Viability
Aan het eind van de streep gaat het om omzet (en winst). Hoe gaat er met social media waarde gecreëerd worden? Probeer succes en falen te definiëren, wat wordt er gemeten? Hoelang gaat het project lopen? Kortom maak een business case maar giet deze niet in beton, sta open voor veranderingen.
Conclusie
The social media bible is een dik boek (774 blz) en niet duur ($17.43) dus het is zeker waar voor je geld. Het eerste hoofdstukken is echt een beginners deel maar ik begrijp ook dat dit een belangrijk onderdeel is van een boek over social media. Het tweede deel wat tools beschrijft is mij betreft overbodig. Het laatste deel over strategie is erg interessant en geeft goede handvaten om te starten met social media en het vormen van een strategie om dit in te zetten. Wel vind ik jammer dat het ACCESS model niet verder is uitgewerkt met voorbeelden en toepassingen. Nu blijft het vrij algemeen en het is aan de lezen om het model te projecteren op de eigen situatie.
Al met al een goed boek wat ik vaker zal openslaan om social media strategieën op te stellen. Eindcijfer: 7
In mijn vorige artikel schreef ik over Web 2.0 en wat het is vanuit een wetenschappelijk persectief. Daaruit kwam naar voren dat Web 2.0 uit een sociaal, technisch en bedrijfs aspect bestaat. In dit deel ga ik verder op deze aspecten en maak ze meetbaar. Meetbaar in de zin van dat de web 2.0 toepassingen te classificeren zijn waardoor deze met elkaar kunnen worden vergeleken
Social Aspect Classificatie
Het sociale aspect richt zich op welke type van gebruikers participatie in de toepassing zit verwerkt. Hiervoor neem ik de taxonomie van Cook (2008) over.
Deelnemen aan een Web 2.0 toepassing kan actief of passief gebeuren. Passief wil zeggen dat de gebruiker er geen extra inspanning voor levert. Passieve deelname is het verzamelen van gebruikersdata (bijvoorbeeld via google analytics) of gebruik maken van de gebruiker zijn computer capaciteiten (zoals skype de gebruiker zijn internetverbinding gebruikt om andere bellers met elkaar te vinden). De actieve deelnemers voegen daadwerkelijk content toe aan de applicatie. Cook maakt hierbij een onderscheid tussen echte content (zoals text, afbeeldingen of video) en wat hij “stuff” noemt. Met “stuff” wordt bedoelt producten en diensten die via internet worden aangeboden (bijvoorbeeld ebay of marktplaats).
Technology Aspect Classificatie
Het technologische onderdeel is volgens Anderson (2007) onderverdeeld in ondersteunende technieken en applicaties of services. Voorbeelden van deze typen worden gegeven door Anderson (2007) en Constantinides, Romero et al. (2008) en staan verwerkt in de afbeelding.
Bedrijfs Aspect Classificatie
Tapscott and Williams (2006) beschrijven zeven business models om Web 2.0 gebruiken om waarde te creëren. Deze business models geven goed de kansen weer voor bedrijven maar niet om Web 2.0 te classificeren. Hiervoor maak ik gebruik van een combinatie van Högg, Meckel et al. (2006), Anderson (2007) and Chui, Miller et al. (2009).
De vier hoofdgroepen zijn het creëren van een community, platforms of tools, online samenwerken en besluitvorming. Een community kan een sociaal doel hebben, kennis delen of gericht op specifieke groepen. Platforms of tools zijn van wat technische aard, dit richt zich op het verzamelen en organiseren van data van verschillende bronnen. Online samenwerken zijn toepassingen zoals online tekstverwerkers en andere online toepassingen. Als laatste is er besluitvorming, veel Web 2.0 toepassingen worden door bedrijven gebruikt om gebruiker te helpen bij de beslissing welk product te kopen.
Voorbeeld
De classificatie op basis van de drie aspecten van Web 2.0 is wetenschapelijk ingestoken. Door een voorbeeld te geven van het classificeren van een toepassing wil ik het wat praktischer toepasbaar maken. Als voorbeeld neem ik marktplaats.nl en wikipedia.org.
Marktplaats.nl
Wikipedia.org
Sociaal aspect
Actief – stuff samenvoegen
Actief – content samenvoegen
Technisch aspect
Toepassing – multimedia sharing
Applicatie – wiki
Business aspect
Platform – samenvoegen van data
Online samenwerken
Conclusie
Door Web 2.0 toepassingen te classificeren kunnen deze met elkaar worden vergeleken. De classificatie is misschien niet altijd eenduidige of volledig maar dit geeft structuur aan de discussie.
* Noot: Dit is een onderdeel van mijn onderzoek naar het gebruik van Web 2.0 in de reis, retail en gezondsheids- sector. Oorspronkelijk in het Engels geschreven en voor www.sjoerdblauw.nl samengevat en vertaald. Heeft u interesse in het volledige stuk of in mijn onderzoek, laat dan even een reactie achter!
Referenties:
Anderson, P. (2007). “What is Web 2.0? ideas, technologies and implications for education“. JISC Technology and Standards Watch. February.
Constantinides, E., Romero, C. & Boria, M. (2008). “Social Media: A New Frontier for Retailers?” European Retail Research 22: 1-28.
Chui, M., Miller, A. & Robberts, R. (2009). “Six ways to make Web 2.0 work“. McKinsey Quaterly. February.
Cook, S. (2008). “The Contribution Revolution: Letting Volunteers Build Your Business.” Harvard Business Review October: 60-69.
Högg, R., Meckel, M., Stanoevska-Slabeva, K., Martignoni, R. & digitale Forschungsplattform, A. (2006). “Overview of business models for Web 2.0 communities.” Proceedings of GeNeMe: 23-37.
Tapscott, D. & Williams, A. D. (2006). “Wikinomics: How Mass Collaboration Changes Everything“. New York, Portfolio.
Er is al heelergveelgeschreven over Web 2.0, wat het is, wat het niet is, wat er anders is in vergelijking met Web 1.0, wat de impact is op mens en organisatie en nog veel meer. Ook ik ga beschrijven wat Web 2.0 is echter deze keer met een wetenschappelijke insteek.
Voor de wetenschap is Web 2.0 nog een nieuw onderwerp en nog niet veel publicaties zijn aan dit onderwerp gewijd. Toch zijn er verschillende raamwerken beschikbaar waarvan die van Stocker, Dösinger et al. (2007) het beste is omdat bijna alle andere raamwerken in die van Stocker et al. te plaatsen zijn. Zijn raamwerk bestaat uit drie aspecten die worden vergezeld met drie bijbehorende disciplines welke Web 2.0 beschrijven. Stocker et al. geeft aan dat Web 2.0 bestaat uit een set van behulpzame technologieën (ICT), een sociaal fenomeen wat resulteert in het creëren van communities (sociologie) en een creëerder van bedrijfswaarde (bedrijfskunde).
Social Aspects
Het sociale aspect van Stocker et al. refereert naar een andere manier van denken met betrekking tot het gebruik van internet. Traditioneel is de gebruiker alleen maar passief betrokken doordat deze alleen content kan bekijken. Met de opkomst van Web 2.0 kunnen gebruikers actief mee doen door het genereren van content op internet. User Generated Content (UGC) is gebruikmakend van een internet platform voor het creëren, delen, uploaden, of remixen van data (Tapscott & Williams, 2006; Anderson, 2007; Cha, Kwak et al., 2007). Twee andere bekende sociale technieken zijn het collectieve intelligentie of wijsheid van de menigte (Högg, Meckel et al., 2006; Anderson, 2007). Hierbij wordt Web 2.0 ingezet om mensen en kennis bij elkaar te brengen, want een groep is slimmer dan de groepsleden individueel (Heylighen, 1999). Wikipedia is hiervan een duidelijk voorbeeld.
Waarom mensen mee werken aan dit soort initiatieven is uitgewerkt door Janzik en Herstatt (2008). Enkele redenen om te participeren die zij geven zijn plezier, macht, status, vertrouwen of compensatie in de vorm van producten en diensten. Hoe dit verder in elkaar steekt gaat richting de sociologie en zal ik hier niet verder uitwerken.
Technical Aspects
Het technische aspect van Web 2.0 is onderverdelen in ondersteunende technologieën en applicaties of services (Anderson, 2007). Voorbeelden van ondersteunende technologieën zijn Really Simple Syndication (RSS), Asynchronous JavaScript and Xml (AJAX) en Application Programmable Interfaces (or API’s). Deze maken de zogenoemde applicaties of services mogelijk. Bekende voorbeelden van applicaties zijn Wiki’s, blogs, sociale netwerken en mashups.
Business Aspects
Het laatste aspect van Web 2.0 is het bedrijfsaspect, want Web 2.0 wordt altijd ingezet om een soort van waarde te creëren. Tapscott en Williams (2006) beschrijven dit uitgebreid in hun wikinomics business models. Tapscott en Williams geven een mooi voorbeeld van het gebruik van het collectieve intelligentie (Harnessing Collective Intelligence) bij een goudmijn bedrijf. Het bedrijf maakte al haar geologische data publiekelijke toegankelijk en vroeg aan het publiek om suggesties waar goudaders zouden moeten zitten. Ze kregen 110 reacties waarvan 50% nieuwe locaties aanwezen en 80% van deze nieuwe locaties leverden goud op (Tapscott & Williams, 2006, p. 16-17). Een ander voorbeeld is de hefboom van de longtail (Anderson, 2007; Brynjolfsson, Hu et al., 2007; Musser & O’Reilly, 2007; Anderson, 2008) om met Web 2.0 waarde te creëren.
Conclusie
Web 2.0 en Web 2.0 toepassingen bestaan uit drie aspecten: een sociaal, technisch en bedrijfs- aspect. Samen vormen deze een Web 2.0 toepassing, de nadruk ligt hier op samen want ik heb geen aanleiding in de literatuur gevonden dat een van de aspecten leidend is ten opzichte van de andere aspecten. Wanneer een van de drie aspecten ontbreekt zal het dan ook niet voldoen aan het predicaat Web 2.0.
In het volgende artikel zal ik verder gaan op de Web 2.0 aspecten en zal ingaan op het meetbaar maken van een Web 2.0 toepassing zodat toepassingen met elkaar te vergelijken zijn.
* Noot: Dit is een onderdeel van mijn onderzoek naar het gebruik van Web 2.0 in de reis, retail en gezondsheids- sector. Oorspronkelijk in het Engels geschreven en voor www.sjoerdblauw.nl samengevat en vertaald. Heeft u interesse in het volledige stuk of in mijn onderzoek, laat dan even een reactie achter!
Bronnen:
Anderson, C. (2008). “The long tail: Why the future of business is selling less of more“, Hyperion.
Anderson, P. (2007). “What is Web 2.0? ideas, technologies and implications for education“. JISC Technology and Standards Watch. February.
Brynjolfsson, E., Hu, Y. & Simester, D. (2007). “Goodbye Pareto Principle, Hello Long Tail: The Effect of Search Costs on the Concentration of Product Sales.”
Cha, M., Kwak, H., Rodriguez, P., Ahn, Y. & Moon, S. (2007). “I tube, you tube, everybody tubes: analyzing the world’s largest user generated content video system“. Proceedings of the ACM SIGCOMM Internet Measurement Conference, ACM New York, NY, USA.
Högg, R., Meckel, M., Stanoevska-Slabeva, K., Martignoni, R. & digitale Forschungsplattform, A. (2006). “Overview of business models for Web 2.0 communities.” Proceedings of GeNeMe: 23-37.
Musser, J. & O’Reilly, T. (2007). “Web 2.0: Principles and Best Practices“, O’Reilly Media, Inc.
Janzik, L. & Herstatt, C. (2008). “Innovation communities: Motivation and incentives for community members to contribute“. 4th IEEE International Conference on Management of Innovation and Technology, 2008. ICMIT 2008.
Stocker, A., Dösinger, G., Us Saed, A. & Wagner, C. (2007). “The Three Pillars of Corporate Web 2.0: A Model for Definition.” Proceedings of Triple-I 7.
Tapscott, D. & Williams, A. D. (2006). “Wikinomics: How Mass Collaboration Changes Everything“. New York, Portfolio.
Vanaf 2009 is hij werkzaam bij Accenture. Hier is hij onderdeel van een team wat vraagstukken oplost voor klanten rond het gebruik van internet, (interne) portals, ECM en BI.